Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:209.

Daargelaten dat mij niet geheel duidelijk is wat “met dit oordeel” wordt bedoeld nu het subonderdeel zich richt tegen rov. 3.10 èn 3.11, merk ik allereerst op dat het hof in rov. 3.10 heeft verwezen naar het oordeel van de rechtbank (in rov. 4.32) dat uit de door RIV c.s. overgelegde stukken onvoldoende blijkt op welke periode de vermeende schade ziet en dat dat reeds aan toewijzing van de vordering in de weg staat omdat schade die haar oorsprong vindt in de periode vóór de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst in deze schadestaatprocedure niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bb56db115fb3a1c462eb19b7dff50a47b55f8f149d5087df22cc6aa4b56b8eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bb56db115fb3a1c462eb19b7dff50a47b55f8f149d5087df22cc6aa4b56b8eb, en de alinea staat in dat document op bytes 34655 tot 35272.