Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.36. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

Toch is dit niet hele verhaal. Kennen wij inderdaad aan de beslissing van de arbiters gezag van gewijsde toe, dan dreigt dit ertoe te leiden dat de bevoegde rechter niet meer inhoudelijk kan oordelen over de rechtsverhouding waaraan het verrekeningsverweer was ontleend zo vaak als de arbiters hun afwijzing van het verweer op een inhoudelijk oordeel omtrent die verhouding hebben gegrond. Wat is daarvoor de rechtvaardiging? Eenvoudig dat de arbiters de bevoegde rechter vóór waren? Dat is weinig overtuigend. En meer dan dat: de kwestie bevat ook een constitutioneel element omdat aldus een partij wordt afgehouden van de rechter die de wet hem toekent (art. 17 Grondwet, art. 6 EVRM). Daarom voel ik per saldo niet voor de opvatting die aan de beslissing van de arbiters omtrent het verrekeningsverweer in volle omvang gezag van gewijsde toekent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 53244 tot 54172.