Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.37. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

Mij dunkt dat de oplossing besloten ligt in een reeds erkende nuance van het gezag van gewijsde. Ook aan zogenaamde ‘voorbeslissingen’ (aan de beslissing van het eigenlijke onderwerp van het geschil voorafgaande beslissingen) komt in beginsel gezag van gewijsde toe. In de literatuur is daarop echter een uitzondering gemaakt voor het geval de voorbeslissing een geschilpunt betreft dat als onderwerp van een afzonderlijk geding de bevoegdheid van de rechter te buiten zou zijn gegaan. Daarbij had deze literatuur juist ook het oog op het verrekeningsverweer. Deze uitzondering heeft veel van zijn praktisch belang verloren door de afwaardering van de bevoegdheidsverdeling binnen de overheidsrechtspraak in het huidige art. 71 e.v. Rv tot een kwestie van niet meer dan ‘sectorcompetentie’. Het belang van de uitzondering is echter onverminderd groot wat betreft de bevoegdheidsverdeling tussen arbiters en overheidsrechter. Hetgeen arbiters oordelen omtrent de rechtsverhouding waaraan het verrekeningsverweer is ontleend, is te beschouwen als een voorbeslissing voorafgaand aan het eigenlijke onderwerp zoals dat bij de arbiters ter beslissing voorligt. Aan die voorbeslissing komt als zodanig geen gezag van gewijde toe, omdat ze een geschilpunt betreft dat als onderwerp van een afzonderlijk geding de bevoegdheid van de arbiters te buiten zou zijn gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 54237 tot 55810.