Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.40. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

Kortom, men dient te onderscheiden tussen de beslissing van arbiters omtrent het verrekeningsverweer als zodanig (dus als verweer tegen de vordering waarover de arbiters bevoegdelijk oordelen) en daaraan eventueel voorafgaande voorbeslissingen omtrent de inhoud van de rechtsverhouding waaraan gedaagde dat verweer ontleent. Eerstbedoelde beslissing heeft vanaf de dag van het arbitrale eindvonnis gezag van gewijsde (art. 1059 Rv). De aan die beslissing voorafgaande voorbeslissingen hebben dat gezag niet. De arbitrale beslissing staat er daarom nimmer aan in de weg dat de partij die het verrekeningsverweer vergeefs heeft gevoerd, in een nieuwe procedure een vordering instelt op basis van de rechtsverhouding die zij aan het verrekeningsverweer ten grondslag had gelegd (onverschillig wat de arbiters omtrent die rechtsverhouding hebben geoordeeld).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 58107 tot 58975.