Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.42. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

Volgens de opvatting die ik hiervoor heb verdedigd komt aan de bedoelde overwegingen uit het arbitraal vonnis geen gezag van gewijsde toe voor zover zij de rechtsverhouding betreffen waaraan het verrekeningsverweer was ontleend. Dat betekent dus dat AA Accountants ter zake van de door haar aan Previa verzonden facturen een eis kan instellen, zonder dat de bedoelde overwegingen uit het arbitrale vonnis daaraan iets kunnen afdoen. Het is echter niet dit geval wat zich hier voordoet. In het onderhavige geding heeft AA Accountants een verklaring voor recht gevorderd dat de vordering van Previa zoals bij het arbitrale vonnis toegewezen, is verrekend met de vorderingen van AA Accountants op Previa en P&H. Mijns inziens stuit die vordering wel degelijk af op het gezag van gewijsde van het arbitrale vonnis, waarin juist over die verrekening is geoordeeld. Waar door [verweerster] , als rechtsopvolger onder bijzondere titel van Previa, op dat gezag een beroep was gedaan, heeft het hof terecht geweigerd een inhoudelijk oordeel te geven over het beroep op verrekening door AA Accountants betreffende de door Previa onbetaalde facturen. Subonderdeel 3.2 treft geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 60234 tot 61424.