Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018
Onder 2.45. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.
AA Accountants heeft inderdaad een beroep gedaan op verrekening van niet alleen de proceskosten voortvloeiend uit het kortgedingvonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2014 (ECLI:NL:RBNHO:2014:6448), maar ook van de uit dat vonnis voortvloeiende dwangsomveroordeling (vergelijk rechtsoverweging 3.7 en de memorie van antwoord pagina 19, onderaan). Het hof heeft dit verweer ten onrechte onbesproken gelaten. Ik betwijfel of kan worden gezegd dat het daarmee art. 23 Rv heeft geschonden. Die bepaling betreft het zogenaamde petitum, dus het gevorderde respectievelijk verzochte. Intussen geldt echter naast art. 23 Rv inderdaad het principe waarvan de klacht uitgaat, namelijk dat de rechter op alle tegen het gevorderde of verzochte verweren dient te beslissen. Dat principe ligt besloten in art. 24 Rv, naast het verbod van aanvullen van feitelijke gronden. De klacht treft dus doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 64062 tot 64997.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84 | shasum -a 256