Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 1.3. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

a. Partijen verschillen van mening of in dit geval sprake is van een rechtshandeling strekkende tot verkrijging van vorderingen waarover een geding aanhangig is, als bedoeld in art. 3:43 lid 1 BW. Het staat vast dat de onderhavige vorderingen zijn verkregen op 31 januari 2012 en dat het geding daarover vanaf 26 maart 2012 aanhangig is in de zin van art. 125 lid 1 Rv. AA Accountants betogen dat dit geding vanaf 3 november 2011 aanhangig was als bedoeld in art. 3:43 lid 1 BW. Dit is standpunt is echter niet te rijmen met art. 125 lid 1 Rv, waarin is bepaald dat het geding aanhangig is vanaf de dag der dagvaarding. Het standpunt van AA Accountants brengt verder met zich dat niet duidelijk is af te bakenen wanneer een geding al dan niet aanhangig is in de zin van art. 3:43 lid 1 BW. Dat leidt tot onaanvaardbare rechtsonzekerheid. AA Accountants hebben voorts nog betoogd dat eerst bij mededeling van de cessie sprake is van verkrijging in de zin van art. 3:43 lid 1 BW, maar dit betoog strandt omdat het niet strookt met de tekst van art. 3:94 lid 3 BW (onder 3.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 13229 tot 14315.