Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

Subonderdeel 1.1 betoogt dat het oordeel van het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omdat het begrip ‘aanhangig’, gelet op de aard en de strekking van art. 3:43 BW niet in een strikt procesrechtelijke zin moet worden opgevat, althans, dat daarop wel uitzonderingen mogelijk moeten worden geacht. De ratio van deze bepaling is immers het dienen van het algemeen belang, gelegen in de onkreukbaarheid van het gerechtelijk apparaat in de ruime zin van het woord, aldus het subonderdeel. Daarom mag zelfs de schijn niet worden gewerkt dat personen die behoren tot het gerechtelijk apparaat belang zouden nemen bij de uitkomst van een geding. Het subonderdeel vervolgt dat het oordeel van het hof in ieder geval onbegrijpelijk is omdat zonder nadere motivering niet valt in te zien waarom in het onderhavige geval voor een afwijking van art. 125 lid 1 Rv geen plaats is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 19611 tot 20552.