Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.13. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

Ik zal niet verhelen dat dit beroep op de ratio van art. 3:43 lid 1 aanhef en onder a BW mij sympathiek is en ook niet dat dit te maken heeft met mijn gevoelens bij de feiten van de onderhavige zaak. In die gevoelens sta ik klaarblijkelijk niet alleen, gelet op het oordeel van de tuchtrechter met betrekking tot het handelen van [verweerster] . Niettemin acht ik het beroep op de bedoelde ratio niet overtuigend. Art. 3:43 BW is een lex specialis van art. 3:40 BW (wat betreft de nietigheidssanctie) en art. 6:162 BW (wat betreft de verplichting tot schadevergoeding). Welnu, voor de juiste begrenzing van art. 3:43 lid 1 aanhef en onder a BW behoort de samenhang met deze meer algemene bepalingen medebepalend te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 30568 tot 31400.