Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018
Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.
De regel van art. 3:94 lid 3 tweede volzin BW heeft betrekking op de werking van een stille cessie ten opzichte van de personen tegen wie de overgedragen rechten moeten worden uitgeoefend. Die werking ontstaat eerst na mededeling van de cessie aan die personen door de vervreemder of de verkrijger. Dat neemt niet weg dat het overgedragen recht het vermogen van de vervreemder heeft verlaten en dat dit recht door de verkrijger is verkregen. Zelfs als we bereid zijn om in beginsel letterlijk te nemen wat Biemans schrijft, namelijk dat in geval van een stille cessie de overgang van de vordering op grond van art. 3:94 lid 3 BW ‘ in ieder opzicht niet aan de schuldenaar [kan] worden tegengeworpen totdat aan hem mededeling is gedaan’ (cursivering conform het origineel), betekent dat nog niet dat deze werking ten opzichte van de schuldenaar bij de toepassing van art. 3:43 lid 1 aanhef en onder a BW bepalend zou kunnen zijn. Volgens de onder 2.12 aangehaalde Memorie van Antwoord bij art. 3:43 BW is de ratio van die bepaling niet het bieden van bescherming, maar het dienen van het algemeen belang. Daarbij past mijns inziens bijzonder slecht de opvatting volgens welke in geval van stille cessie ten opzichte van de schuldenaar (als degene tegen wie het vorderingsrecht moet worden uitgeoefend in de zin van art. 3:93 lid 3 BW) het tijdstip van de mededeling van de cessie voor de toepassing van art. 3:43 lid 1 aanhef en onder a BW bepalend is. Consequentie van die opvatting zou bovendien zijn dat eenzelfde stille cessie tussen vervreemder en verkrijger geldig is (althans niet nietig op grond van art. 3:43 lid 1 aanhef en onder a BW), terwijl zij tegelijk ten opzichte van de schuldenaar nietig is, hetgeen uiteraard praktische moeilijkheden oproept. Ten slotte nog: de bedoelde opvatting is in strijd met het beginsel dat de nietigheid van een rechtshandeling wegens strijd met de wet dient te worden beoordeeld naar het tijdstip waarop de rechtshandeling wordt verricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 36082 tot 38378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84 | shasum -a 256