Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:21.

Het onderdeel betoogt dat het hof heeft miskend dat indien sprake is van een situatie als bedoeld in art. 3:43 BW, (de advocaat als vertegenwoordiger van) de lasthebber gehouden is de rechthebbende op de vordering in de procedure te noemen en de regel uit het arrest [.../...] – die inhoudt dat de lasthebber die ten behoeve van een ander in eigen naam een vordering heeft ingesteld, niet gehouden is te vermelden dat hij ter behartiging van de belangen van een ander optreedt tenzij het verweer van de wederpartij daartoe aanleiding geeft – niet van toepassing is. Een andersluidende opvatting zou immers meebrengen dat de regeling van art. 3:43 BW eenvoudig zou kunnen worden omzeild.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b624c175aaa251c72bf315b97db10b55d744e76b08a2bcf1ad7ff81e63734f84, en de alinea staat in dat document op bytes 40058 tot 40825.