Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:210.

De klacht betoogt verder dat het hof voor de beoordeling van de ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verweerder] niet alleen de bevindingen van het rapport van Hoffmann bedrijfsrecherche had moeten beoordelen maar ook kenbaar de werkwijze van [verweerder] , die het hof in rov. 3.18. kwalificeert als (minimaal) onwil, had moeten meewegen én het in die rechtsoverweging vastgestelde feit dat [verweerder] al twee keer is gewaarschuwd. Uit de samenhang tussen rov. 3.25., 3.26. en 3.28. volgt dat het hof de door [verzoekster] aangevoerde gedragingen van [verweerder] , waaronder de gedragingen die volgen uit rov. 3.18., als incidenten ziet. Het hof heeft [verzoekster] in rov. 3.28. daarom in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van het feit dat de gedragingen van [verweerder] een structureel karakter hebben. Anders dan het onderdeel van de klacht betoogt heeft het hof de gedragingen uit rov. 3.18. dus wel kenbaar in zijn oordeel betrokken. Het onderdeel van de klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 32096 tot 33101.