Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 3.12. Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:210.

Het onderdeel van de klacht dat is gericht tegen de laatste volzin van rov. 3.27. faalt. Dat [verweerder] de door [verzoekster] aangevoerde gedragingen in rov. 3.8.A.i t/m iv. volgens [verzoekster] slechts met suggestieve opmerkingen bestreden zou hebben doet voor het oordeel van het hof over deze gedragingen niet ter zake. Uit het oordeel van het hof volgt immers dat de in 3.8.A.i. t/m iv. opgenomen gedragingen op zichzelf en in onderlinge samenhang tegen de achtergrond van de voorbeelden uit de parlementaire geschiedenis bezien, niet tot het oordeel kunnen leiden dat er sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verweerder] als bedoeld in artikel 7:673 lid 7 sub c BW. Dit leidt ertoe dat zelfs in het geval dat zou komen vast te staan dat [verweerder] de gedragingen uit rov. 3.8.A. gepleegd zou hebben en met suggestieve opmerkingen zou hebben bestreden het hof niet tot een ander oordeel zou zijn gekomen. Dit onderdeel faalt in zijn geheel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 33182 tot 34163.