Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 3.22. Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:210.

Onderdeel IV klaagt dat het hof in zijn eindbeschikking en met name rov. 6.3. en 6.4. heeft miskend dat het op basis van de stukken die reeds door [verzoekster] waren overgelegd, maar ook op basis van de bij het hof afgelegde getuigenverklaringen ten minste een vermoeden had moeten aannemen van het (structureel) niet innen/niet afdragen van veergelden door [verweerder] . Het hof heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom het meent dat in dit geval dat vermoeden niet kan worden aangenomen. Daarnaast had het hof in de getuigenverklaringen niet mogen passeren omdat deze “van horen zeggen” zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 44710 tot 45366.