Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 3.24. Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:210.

Voor zover de klacht tot uitgangspunt neemt dat het hof de getuigenverklaringen had moeten meewegen bij zijn bewijswaardering en niet had mogen passeren omdat deze “van horen zeggen” zijn, gaat de klacht uit van een onjuiste lezing van het arrest en/of miskent de klacht het vrije bewijsoordeel van de rechter ex artikel 152 lid 2 Rv. In rov. 6.3. van de eindbeschikking heeft het hof de “van horen zeggen” verklaringen van de door [verzoekster] opgevoerde getuigen besproken en beoordeeld. Het hof heeft deze verklaringen onvoldoende sterk bevonden omdat het structurele karakter van het gedrag van [verweerder] door deze getuigen niet uit eigen waarneming of wetenschap is vastgesteld. Tot een verdergaande motivering dan waar het hof in rov. 6.3. blijk van heeft gegeven was het hof, gelet op de hiervoor weergegeven maatstaf, niet gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 46832 tot 47698.