Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 3.25. Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:210.

Voor zover de klacht tot uitgangspunt neemt dat het hof zou zijn gehouden om een vermoeden aan te nemen van het (structureel) niet innen/niet afdragen van de veergelden door [verweerder] , op basis van de getuigenverklaringen en het door [verzoekster] overgelegde bewijs, gaat de klacht uit van een onjuiste rechtsopvatting. Artikel 150 Rv, waar [verzoekster] zich kennelijk op beroept, dwingt in het onderhavige geval niet tot het aannemen van een rechterlijk vermoeden. Het is aan de rechter of hij van een dergelijk rechterlijk vermoeden gebruik wenst te maken. Het onderdeel faalt in zijn geheel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 47779 tot 48392.