Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 3.26. Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:210.

Onderdeel V bevat een veegklacht en betoogt dat het slagen van één of meer van klachten ook de rechtsoverwegingen 3.20. t/m 3.22. van de tussenbeschikking van 2 juni 2016 vitiëert, voor zover die rechtsoverwegingen zouden moeten worden begrepen dat er uitsluitend sprake is van verwijtbaar handelen en die overwegingen dus aldus moet worden begrepen dat er van ernstige verwijtbaarheid geen sprake is. Het slagen van één of meer van de klachten vitiëert voorts de bewijsopdracht in rov. 3.28. en het dictum van de tussenbeschikking van 2 juni 2016, alsmede de daarop voortbouwende rechtsoverwegingen 6.1. t/m 6.8. en het dictum van de eindbeschikking van 13 juli 2017.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d70e7e882c5867091df853a151e14206f8948f68b6f5ed3a0fcd9e0a5c64c9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 48473 tot 49218.