Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2018
Onder 4.2. Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:215.
Ik merk allereerst op dat, anders dan de steller van het middel kennelijk meent, door of namens de verdachte ter zitting niet een “uitdrukkelijk verweer” aangaande de in het middel genoemde kwestie is gevoerd. Het verweerschrift dat in hoger beroep is voorgedragen bevat weliswaar de zinsnede “Dit verweer is toegelicht in de resterende delen van de pleitnota [in eerste aanleg, AEH] van [betrokkene 3] ”, maar daarmee zijn deze delen van de pleitnota – waarvan overigens ook uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg niet blijkt dat die aldaar is voorgedragen – nog niet voorgedragen in hoger beroep. Het middel mist derhalve feitelijke grondslag voor zover het ervan uitgaat dat het bedoelde verweer is voorgedragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b35fa2dca568747189693703071bb2c575d73c8c44f5867c92a84a82ea8b3029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b35fa2dca568747189693703071bb2c575d73c8c44f5867c92a84a82ea8b3029, en de alinea staat in dat document op bytes 55477 tot 56240.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b35fa2dca568747189693703071bb2c575d73c8c44f5867c92a84a82ea8b3029 | shasum -a 256