Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:218.

Onderdelen die niet tot het waterverdedigings- (of waterbeheersings)werk zelf behoren, zijn niet uitgezonderd, zo bepaalde de Hoge Raad reeds in HR 4 maart 2016, nr. 15/00518, BNB 2016/96, V-N 2016/16.17. Verder bevestigt de Hoge Raad in dat arrest het oordeel van het hof dat het begrip ‘dienen als woning’ als bedoeld in de tekst van de waarderingsuitzondering, ziet op die delen van een onroerende zaak waarin daadwerkelijk wordt gewoond. Delen van een onroerende zaak die wel behoren bij, in gebruik zijn met en dienstbaar zijn aan de delen van de onroerende zaak waarin daadwerkelijk wordt gewoond, dienen niet als woning in de zin van deze bepaling. Dit betekent dat de bijbehorende grond – niet zijnde de ondergrond van de woning – buiten aanmerking dient te blijven bij de bepaling van de waarde van de onroerende zaak, mits en voor zover de onroerende zaak wordt beheerd door een orgaan, instelling of dienst van een publiekrechtelijke rechtspersoon. Onder ‘beheer’ van een publiekrechtelijk rechtspersoon wordt verstaan de zorg die wordt besteed aan dat deel van het waterverdedigingswerk in de zin van regelgeving, handhaving, onderhoud en verbetering. Het is derhalve zaak om per onroerende zaak, die zich al dan niet gedeeltelijk bevindt op een waterverdedigingswerk, de afmeting te bepalen van de oppervlakte van de grond waarop de vrijstelling toepassing vindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0cd858a5dd9e6af03c0572a8926fd1a493b656a06a2fb15011b9bc28b814819. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0cd858a5dd9e6af03c0572a8926fd1a493b656a06a2fb15011b9bc28b814819, en de alinea staat in dat document op bytes 55217 tot 56619.