Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018

Onder 5.7 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:218.

Tot slot klaagt belanghebbende in cassatie over de bewijswaardering door het Hof. Ik merk op dat die waardering, als van feitelijke aard, is voorbehouden aan het Hof. Het is aan de rechter die over de feiten oordeelt om van het beschikbare bewijsmateriaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. De in dat kader door de feitenrechter gemaakte afwegingen behoeven geen zelfstandige motivering, behoudens in bijzondere gevallen. Het komt mij voor dat van dit laatste in casu geen sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0cd858a5dd9e6af03c0572a8926fd1a493b656a06a2fb15011b9bc28b814819. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0cd858a5dd9e6af03c0572a8926fd1a493b656a06a2fb15011b9bc28b814819, en de alinea staat in dat document op bytes 67675 tot 68310.