Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018

Onder 4.1.2. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:218.

Artikel 2, lid 1, aanhef en letter f, van de Uitvoeringsregeling geeft uitvoering aan het bepaalde in artikel 18, lid 4, van de Wet waardering onroerende zaken. Op grond van die wetsbepaling kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld ingevolge welke bij de waardebepaling buiten aanmerking wordt gelaten de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan. Uit deze twee voorschriften, in onderlinge samenhang beschouwd, volgt dat indien een onderdeel van een onroerende zaak behoort tot een waterverdedigingswerk als bedoeld in voormeld artikel 2, lid 1, letter f, de aan dat onderdeel toe te rekenen waarde buiten beschouwing moet worden gelaten, dit met uitzondering van de tot dat verdedigingswerk behorende delen van de onroerende zaak die dienen als woning. Anders dan de middelen betogen mag in een zodanig geval niet buiten aanmerking worden gelaten de waarde van de onderdelen van een onroerende zaak die niet tot het waterverdedigingswerk behoren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0cd858a5dd9e6af03c0572a8926fd1a493b656a06a2fb15011b9bc28b814819. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0cd858a5dd9e6af03c0572a8926fd1a493b656a06a2fb15011b9bc28b814819, en de alinea staat in dat document op bytes 36694 tot 37679.