Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018
Onder 13 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:235.
Daarbij komt dat het hof niet aannemelijk acht dat ten aanzien van verdachte sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdediging door verdachte noodzakelijk was. Op grond van de voornoemde verklaringen van [betrokkene 9] en [betrokkene 10] , die met geen van de vechtenden in enige relatie staan, staat vast dat men juist heeft getracht verdachte tegen te houden door herhaalde malen te roepen: “ [verdachte] , niet doen”, “ [verdachte] , ophouden”, “ [verdachte] , stoppen nu!” en “ [verdachte] , kappen nu!”. Verdachte heeft desondanks [betrokkene 1] , die volgens getuige [betrokkene 9] juist tussen de vechtende jongens in ging staan en probeerde hen uit elkaar te halen, hard tegen de slaap geslagen, waardoor [betrokkene 1] het bewustzijn verloor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/689a478e50528d2bce2b9703450365afd86f3714b84e91b1abe9a4c87fecc1b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 689a478e50528d2bce2b9703450365afd86f3714b84e91b1abe9a4c87fecc1b5, en de alinea staat in dat document op bytes 30255 tot 31077.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/689a478e50528d2bce2b9703450365afd86f3714b84e91b1abe9a4c87fecc1b5 | shasum -a 256