Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Onder 3.5.3 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:251.
Tevens moet worden aanvaard dat na aanwending van een rechtsmiddel tegen een beslissing over een processueel ondeelbare rechtsverhouding, in volgende instanties tussen alle partijen kan worden voortgeprocedeerd op de wijze als hiervoor in 3.5.2 vermeld, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft aangewend, met dien verstande dat, overeenkomstig art. 353 lid 1 Rv, een vordering niet voor het eerst in hoger beroep kan worden ingesteld. Ook in volgende instanties heeft ieder van partijen het recht verweer te voeren tegen een vordering met betrekking tot een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Voorts kan ieder van hen incidenteel beroep instellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb, en de alinea staat in dat document op bytes 14939 tot 15601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb | shasum -a 256