Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Onder 3.5.5 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:251.
Met betrekking tot een processueel ondeelbare rechtsverhouding geldt dus, zoals volgt uit het hiervoor in 3.5.2 en 3.5.3 overwogene, een uitzondering op de regels van de dagvaardingsprocedure (i) dat een reconventionele vordering uitsluitend kan worden ingesteld tegen degene die als wederpartij de vordering in conventie heeft ingesteld (art. 136 Rv) en (ii) dat een rechtsmiddel uitsluitend kan worden ingesteld tegen degene die in vorige instantie als wederpartij met betrekking tot de vordering is opgetreden (en dus niet tegen mede-eisers, mede-gedaagden, mede-appellanten of mede-geïntimeerden (…). Deze uitzondering wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat meer partijen bij de rechtsverhouding zijn betrokken en het wenselijk is dat ieder van hen in één en hetzelfde geding vorderingen met betrekking tot die rechtsverhouding kan instellen en verweer tegen zulke vorderingen kan voeren, en dat daadwerkelijk één beslissing over die rechtsverhouding voor alle daarbij betrokken partijen kan worden gegeven
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb, en de alinea staat in dat document op bytes 16188 tot 17227.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb | shasum -a 256