Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:251.

In de onderhavige zaak, die de verdeling van twee nalatenschappen betreft, is eveneens sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Die rechtsverhouding bestaat tussen [eiser], [verweerster 1], [verweerster 2], [verweerster 3], [verweerder 4], mr. Breuker q.q. en [verweerder 6]. [eiser] heeft de procesinleiding en het oproepingsbericht van 22 mei 2017 bij afzonderlijke exploten laten betekenen aan [verweerster 1], [verweerster 2], [verweerster 3], [verweerder 4], mr. Breuker en [verweerder 6], doch heeft het cassatieberoep, voor zover gericht tegen [verweerster 2], [verweerster 3], [verweerder 4], mr. Breuker en [verweerder 6], nadien ingetrokken. De positie van laatstgenoemden brengt mee dat deze intrekking niet had mogen plaatsvinden. De gegeven reden voor intrekking, hiervoor weergegeven in 1.10, rechtvaardigt niet om een uitzondering te maken op bovenstaande regels.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41bdc2bd9dc600d487d9aef75f78101270a7ac4328848639e8ebba73ee03a9fb, en de alinea staat in dat document op bytes 22821 tot 23728.