Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:256.
Middelonderdeel I.1 klaagt dat het hof miskent dat de vrouw als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv moet worden aangemerkt gelet op de omstandigheid dat zij nog altijd getrouwd is met de man, dat zij in die hoedanigheid zijn fiscale partner is, zodat de aangifte gezamenlijk moet worden ingediend en dat de man en de vrouw in gemeenschap van goederen getrouwd zijn. Uit deze omstandigheden kan volgens het middel geen andere conclusie getrokken worden dan dat de aan de bewindvoerder verleende machtiging tot het inschakelen van een (onafhankelijke) derde ter indiening van de gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting 2015 – en wel voor meer dan € 1.500,- – haar (concrete, namelijk: financiële) belangen rechtstreeks raakt, zodat zij als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv moet worden aangemerkt. De door de bewindvoerder gemaakte keuze tot het inschakelen van een derde heeft rechtstreeks invloed op de omvang van het gemeenschappelijke inkomen en vermogen waar de vrouw deelgenoot van is. Daarnaast geldt dat het ook háár eigen belastingaangifte betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af46ce21dad3346a7245b3731112e3f082233185b93ea86c476e835b1bc4a515. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af46ce21dad3346a7245b3731112e3f082233185b93ea86c476e835b1bc4a515, en de alinea staat in dat document op bytes 9431 tot 10690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af46ce21dad3346a7245b3731112e3f082233185b93ea86c476e835b1bc4a515 | shasum -a 256