Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:258.

Dat is een verbetering ten opzichte van de Wilg. Waar gaat het om? In de oude Landinrichtingswet werden gronden geruild met als maatstaf de waarde van de grond. Dat kon betekenen dat iemand grond met een hogere waarde inbracht en daarvoor een lagere waarde terugkreeg, maar dan een groter oppervlak. In de Wilg is de oppervlakte zelf de maatstaf voor de verhouding tussen inbreng en toedeling geworden. Wel zijn via de figuur “hoedanigheid en gebruiksbestemming” grenzen gesteld aan de mogelijkheden van ruilen. In de wet ontbreekt thans een regeling voor het omgaan met waardeverschillen, bij gelijke oppervlakte. De in het wetsvoorstel voorgestelde bepaling (art. 12.36) lost dat probleem op (waardeverschillen worden verrekend), maar alleen voor zover het de toepassing van de korting (art. 12.29) betreft. Het zou aanbeveling verdienen dat deze verrekening over de hele linie kan plaatsvinden, zoals trouwens in de praktijk ook gebeurt, maar dan zonder expliciete wettelijke basis.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaea8ba343a4220b40f3752ed969450989a7fe1850c523fe1c93aa6c8de7a06b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaea8ba343a4220b40f3752ed969450989a7fe1850c523fe1c93aa6c8de7a06b, en de alinea staat in dat document op bytes 69944 tot 70949.