Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Onder 2.31. Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:258.

Subonderdeel I.2 vervolgt met (uitsluitend) een motiveringsklacht. Volgens het subonderdeel is het oordeel van de rechtbank niet (voldoende) begrijpelijk gemotiveerd in het licht van als essentieel te kwalificeren stellingen van [verzoeker] , die erop neerkomen dat in dit geding niet vaststaat en evenmin door (een) partij(en) is verdedigd dat de inbreng en toedeling van gronden aan [verzoeker] niet zou voldoen aan het vereiste van art. 52 lid 3 Wilg. Nu is voldaan aan de uitgangspunten van de Wilg – ruilen binnen toegestane ‘ruilklassen’ (dat wil zeggen met een verschil van minder dat één ‘ruilklasse’) en vervolgens verrekenen op basis van oppervlakte – doet het geval waarop de rechtbank kennelijk het oog heeft zich hier niet voor, namelijk dat de ruiling plaatsvindt zonder dat is voldaan aan het preliminaire vereiste dat sprake is van ‘gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming’. In de toelichting op het middel wordt wat betreft enkele specifieke rechtsoverwegingen nader aangeduid waarom deze het oordeel van de rechtbank niet zouden kunnen dragen (zie cassatieverzoekschrift, p. 14 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaea8ba343a4220b40f3752ed969450989a7fe1850c523fe1c93aa6c8de7a06b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaea8ba343a4220b40f3752ed969450989a7fe1850c523fe1c93aa6c8de7a06b, en de alinea staat in dat document op bytes 79674 tot 80859.