Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Onder 2.28.3 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.
De sub (iv) bedoelde stelling, dat [verweerster 2] van de in bruikleen gegeven gebouwen alleen de Jacobsschuur en de mestsilo gebruikt (zie rov. 4.4) en op de andere gebouwen slechts past, staat op zichzelf niet in de weg aan het oordeel dat sprake is van hoevepacht in de zin van artikel 7:313 lid 3 BW. BBL heeft, naar het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld, niet aangevoerd dat dit element van ‘oppassen’ zodanig overheersend is, dat de overeenkomsten ‘in hun geheel’ niet als hoevepacht kunnen worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 60487 tot 61043.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597 | shasum -a 256