Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.

Aanvullend merk ik nog het volgende op. Bij vereenzelviging wordt voor de toepassing van een bepaalde (niet expliciet met rechtspersonen rekening houdende) norm voorbijgegaan aan het identiteitsverschil tussen de betrokken rechtspersoon en een of meer bij die rechtspersoon betrokken (natuurlijke of rechts)personen. Voor het antwoord op de vraag of in een concreet geval vereenzelviging moet plaatsvinden, komt het aan op de uitleg van de toe te passen norm. Vereenzelviging kan aangewezen zijn wanneer het vasthouden aan de afzonderlijke identiteit van de rechtspersoon, gelet op het doel en de strekking van de toe te passen norm en de omstandigheden van het geval, een onbillijk resultaat tot gevolg heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 69948 tot 70736.