Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Onder 2.42.4 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.
Hiermee schrijft het hof, anders dan het subonderdeel veronderstelt, aan BBL geen bewustzijn toe van het bestaan van een door [verweersters] en [A] B.V. opgezette ontduikingsconstructie noch een intentie om deze voort te zetten. Dit staat echter niet in de weg aan de toepassing van artikel 7:313 lid 3 BW gezien het oordeel in rov. 4.5-4.7 over de pachtsom en nu voor BBL kennelijk geen bijzondere betekenis toekwam aan het feit dat in dit geval met twee partijen werd gecontracteerd. Kort gezegd, ook zonder dat BBL om de hoogte was van de ontduikingsconstructie, bracht handhaving van de status quo mee dat met beide overeenkomsten in dit geval sprake was van hoevepacht in de zin van artikel 7:313 lid 3 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 75483 tot 76207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597 | shasum -a 256