Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Onder 2.47.1 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.
Het middel bestrijdt terecht niet het uitgangspunt in rov. 4.10, dat mag worden aangenomen dat BBL en [verweersters] als professionele partijen zich bewust zijn geweest van de risico’s die kleven aan het samenstel van eenjarige pacht- en bruikleenovereenkomsten. Men kan daarmee aan de (voor BBL) ‘goede’ kant van de scheidslijn tussen hoevepacht en geen hoevepacht blijven, maar dat volgt niet uit het enkele gebruik van dit samenstel van overeenkomsten. Ook speelt een belangrijke rol of de pachtprijs in werkelijkheid mede ziet op het gebruik van de gebouwen (zie rov. 4.5-4.7 en hierboven bij 2.17-2.18).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 78565 tot 79192.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597 | shasum -a 256