Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 2.52 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.

BBL heeft wel in haar weergave van de feiten en achtergronden gesteld dat zij de grond (kennelijk: pachtvrij en dus tegen een hogere prijs) openbaar wil verkopen om met de inkomsten elders grond te verwerven en in te richten voor de EHS (MvA nrs. 2.4 en 2.11). Hierop is ook gewezen in eerste aanleg, in het kader van de door BBL verzochte uitvoerbaar bij voorraad-verklaring van de door haar gevorderde ontruiming (CvD in conventie tevens CvR in reconventie nrs. 3.3 en 3.10). Hier is dus wel en passant een verband gelegd tussen de afwezigheid van langdurige hoevepacht en de taakstelling van BBL. Nu deze stelling niet verder is uitgewerkt en ook niet in verband is gebracht met het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, is niet onbegrijpelijk dat het hof daarop niet nader is ingegaan en is ook het oordeel in rov. 4.11 niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 86252 tot 87139.