Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.

Bij eindvonnis van 16 december 2015 heeft de rechtbank de conventionele vordering afgewezen en de reconventionele vorderingen tot ontruiming en schadevergoeding (in enigszins gewijzigde vorm) toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat BBL bij het sluiten van de overeenkomsten de bedoeling heeft gehad om een hoevepachtovereenkomst te sluiten (rov. 2.5). Daarbij acht de rechtbank van belang dat [verweersters] zich niet eerder dan na de aankondiging van BBL dat de pacht- en bruikleenovereenkomst niet zouden worden voortgezet zich op het standpunt hebben gesteld dat sprake is van hoevepacht (rov. 2.2 en 2.4) en dat [verweersters] bij het sluiten van de overeenkomsten ermee bekend waren dat BBL de bedoeling had om het ontstaan van langdurige pachtovereenkomsten te voorkomen, zodat BBL op enig moment een of meer percelen van het landgoed zou kunnen verkopen (rov. 2.3-2.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 9497 tot 10421.