Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.
Een overeenkomst kwalificeert als een pachtovereenkomst indien de inhoud van de tussen partijen overeengekomen rechten en verplichtingen beantwoordt aan de definitie van artikel 7:311 BW. De vraag of er met betrekking tot deze elementen BW wilsovereenstemming bestaat, moet worden beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Daarbij kan mede van belang zijn op welke wijze aan de overeenkomst uitvoering wordt gegeven. In vergelijkbare zin heeft de Pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in vaste rechtspraak bepaald dat het bij de beantwoording van de vraag of sprake is van pacht aankomt op ‘het overeengekomen gebruik, zoals geworden en goedgevonden’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 26808 tot 27685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597 | shasum -a 256