Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 2.8.2 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.

De zaak Oude Lansink/Dekker c.s. , waarover de Centrale Grondkamer moest oordelen, betrof een constructie die strekte tot herfinanciering van een varkensbedrijf. Een in financiële moeilijkheden verkerende eigenaar van een varkensbedrijf had, in overleg met zijn bank, zijn bedrijf, inclusief woonhuis en bedrijfsopstallen, verkocht en geleverd aan een derde. Partijen waren overeengekomen dat verkoper gedurende negen maanden na de levering een terugkooprecht had met betrekking tot het verkochte en dat verkoper gedurende die termijn gerechtigd was om het verkochte tegen een vergoeding te gebruiken en te exploiteren. De bedoeling was dat de verkoper die periode zou benutten om alternatieve financiering voor zijn bedrijf te vinden. Ofschoon het beding op grond waarvan de verkoper gedurende bepaalde tijd gerechtigd was om de tot het varkensbedrijf behorende onroerende zaak te gebruiken tegen betaling van een vergoeding, beantwoordde aan alle elementen van de wettelijke definitie van pacht, oordeelde de Centrale Grondkamer, na vooropstelling van de maatstaf uit het Timeshare-arrest, dat, gelet op de inhoud en strekking van de overeenkomst, van een pachtovereenkomst geen sprake was. De strekking van de overeenkomst was klaarblijkelijk vooral om de verkoper de gelegenheid te bieden om zijn varkensbedrijf te herfinancieren, aldus de Centrale Grondkamer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 31601 tot 33141.