Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 2.10.2 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.

Aangenomen wordt dat de wetgever met ‘complex’ en gebouwen en ‘het daarbij behorende land’ heeft beoogd dat de gebouwen en grond gezamenlijk een ‘landbouwkundige eenheid’ moeten vormen, in de zin dat de exploitatie van het land in relevante mate vanuit het gebouw plaatsvindt (anders gezegd: het gebouw moet dienstbaar zijn aan de exploitatie van het land). Het gebouw dient voor de exploitatie van het land een meer dan bijkomstige betekenis te hebben; het gebouw moet zodanig zijn dat met behulp ervan de exploitatie van het land min of meer volledig kan worden verricht (de enkele aanwezigheid van een schuurtje of kippenhok is dus niet voldoende voor de kwalificatie als hoeve). Niet is vereist dat een woonhuis deel uitmaakt van het gepachte. Evenmin is vereist dat land en gebouwen aaneengesloten of in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen; wél is nodig dat gebouwen en land als één geheel kunnen worden geëxploiteerd en voor een zodanig exploitatie aan de pachter ter beschikking zijn gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 37253 tot 38356.