Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.
De voorloper van deze bepaling was opgenomen in artikel 1 lid 3 Pachtwet 1958. Uit de wordingsgeschiedenis van deze bepaling volgt dat er volgens de wetgever geen redelijke grond bestaat voor een verschil in behandeling tussen een pachtovereenkomst met betrekking tot een hoeve en het geval, dat tussen dezelfde partijen twee afzonderlijke pachtovereenkomsten worden aangegaan onderscheidenlijk ten aanzien van een perceel los land en een of meer afzonderlijke gebouwen. Teneinde te voorkomen dat partijen de pachttermijn voor de hoeve zouden “ontgaan” door twee pachtovereenkomsten op verschillende tijdstippen te sluiten, is afgezien van het in de aanvankelijk voorgestelde tekst opgenomen vereiste dat de dezelfde partijen de overeenkomsten tegelijkertijd zijn aangegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 42510 tot 43365.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597 | shasum -a 256