Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Onder 2.20.2 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.
Van deze ontwikkeling getuigt de toelichting op de in 1995 ingevoerde bepaling over ‘eenmalige pacht’ in artikel 70f, leden 5 t/m 10, Pachtwet (deze is de voorloper van de geliberaliseerde pacht als bedoeld in artikel 7:397 BW). De eenmaligheid van die pachtvorm gold voor “eenzelfde verpachter” (artikel 70f lid 6). Aanvankelijk was door de verantwoordelijke ministers gesteld dat dit begrip letterlijk moest worden uitgelegd – namelijk als een en dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon – en dat bij overgang van land aan een andere natuurlijke of rechtspersoon het land opnieuw in twaalfjarige pacht kon worden uitgegeven. Naar aanleiding van Kamervragen is nadien echter onderschreven dat “dat de bedoeling van de wetgever niet te eenvoudig moet kunnen worden ondergraven” en dat bepalend zal “moeten zijn of in materiële zin sprake is van voortzetting door dezelfde (rechts-)persoon”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 48413 tot 49470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597 | shasum -a 256