Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.

Gezien het voorgaande ligt het in de rede om de woorden “tussen dezelfde partijen” in artikel 7:313 lid 3 BW uit te leggen in het licht van de strekking van deze bepaling. De bepaling bevat daartoe ruimte nu uit de parlementaire geschiedenis niet blijkt van een bewuste keuze van de wetgever om het toepassingsbereik van artikel 7:313 lid 3 BW te beperken tot gevallen waarin de in deze bepaling bedoelde overeenkomsten worden gesloten door formeel “dezelfde partijen”. De bedoeling van de wetgever om met de bepaling ontwijking van (semi)dwingend recht tegen te gaan, pleit er veeleer voor om niet van een dergelijk formeel partijbegrip uit te gaan. Een redelijke wetstoepassing brengt mijns inziens mee dat artikel 7:313 lid 3 BW ook van toepassing kan zijn op een situatie waarin twee afzonderlijke als pachtovereenkomsten voor enerzijds los land en anderzijds gebouwen aan te merken overeenkomsten aan pachterszijde worden gesloten door twee vennootschappen waarover dezelfde natuurlijke persoon uiteindelijk zeggenschap heeft. Een andere opvatting zou tot gevolg hebben dat partijen de regeling van de hoevepacht in artikel 7:313 lid 3 BW eenvoudig zouden kunnen ontwijken enkel door er rechtspersonen “tussen te schuiven”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 50282 tot 51663.