Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:259.

Voor zover deze klacht zelfstandige betekenis heeft naast subonderdeel 1.2 (vgl. de repliek nr. 2) faalt zij. Blijkens rov. 4.2 en 4.7 heeft het hof onderzocht of, en geconcludeerd dat, ook voor het gebruik van de gebouwen een tegenprestatie is overeengekomen. In het oordeel dat op beide overeenkomsten uit hoofde van artikel 7:313 lid 3 BW de bepalingen van hoevepacht van toepassing zijn, ligt besloten dat het hof ook de overeenkomst met betrekking tot de gebouwen heeft gekwalificeerd als een pachtovereenkomst en niet als een bruikleenovereenkomst. Rov. 2.3 doet daaraan niet af, nu het hof daarin slechts weergeeft welke benaming partijen hebben gegeven aan de overeenkomst voor de gebouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a57555bf74c3908c198d53f601af213b7be59bb2bc16e10c2ec10dcb4d1597, en de alinea staat in dat document op bytes 53108 tot 53819.