Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:260.

Er wordt zodoende volgens mij terecht geklaagd dat partijen niet de gelegenheid is geboden de comparitie meervoudig te laten plaatsvinden ten overstaan van de raadsheren die het eindarrest zouden gaan wijzen. Hoewel mogelijk de aanvankelijke insteek kan zijn geweest een pure schikkings- en inlichtingencomparitie te gelasten, is deze bepaald ná eerste uitwisseling van schriftelijke standpunten van partijen (zodat volgens de arresten uit december 2017 “in het algemeen” sprake is van een comparitie die ten doel heeft partijen gelegenheid te bieden hun standpunten nader toe te lichten). Deze comparitie is blijkens het p-v ook benut om partijen gelegenheid te geven hun standpunten toe te lichten, waardoor volgens mij de besproken regels zijn ingeschakeld, maar niet zijn nageleefd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a68079de0087a629dc4e44a9e56cb30dd98b2e463a32d6d083903c910380869. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a68079de0087a629dc4e44a9e56cb30dd98b2e463a32d6d083903c910380869, en de alinea staat in dat document op bytes 43389 tot 44257.