Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:300.
Deze wetswijziging hing samen met de regeling van de comparitie na antwoord. In de klassieke dagvaardingsprocedure hadden procespartijen recht op twee schriftelijke ronden (eis, antwoord, repliek, dupliek) en daarna nog recht op pleidooi. In de jaren ’80 van de vorige eeuw hebben rechters getracht procedures in eerste aanleg over betrekkelijk eenvoudige geschillen te versnellen, door in een vroeg stadium van de procedure ambtshalve gebruik te maken van hun bevoegdheid een verschijning van partijen te gelasten teneinde inlichtingen in te winnen en/of een regeling in der minne te beproeven. Het toen geldende burgerlijk procesrecht noopte de rechter om, na sluiting van de comparitiezitting, de zaak formeel naar de rolzitting te verwijzen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen daar voort te procederen of vonnis te vragen. Indien tijdens een comparitie al duidelijk werd dat, bijvoorbeeld, een bewijsopdracht aan een procespartij, een plaatsopneming of een deskundigenrapportage nodig was, leidde zo’n rolverwijzing, gevolgd door een schriftelijk tussenvonnis, tot tijdverlies. Door de comparitierechter wettelijk de bevoegdheid te geven terstond een tussenuitspraak te doen, kon een versnelling van de procedure worden bereikt. Dit oogmerk volgt uit de parlementaire geschiedenis:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aab03b165082ac0cb147c626609b327ca84fcf82a71d19f9ac648f19317fc16f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aab03b165082ac0cb147c626609b327ca84fcf82a71d19f9ac648f19317fc16f, en de alinea staat in dat document op bytes 23252 tot 24566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aab03b165082ac0cb147c626609b327ca84fcf82a71d19f9ac648f19317fc16f | shasum -a 256