Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:301.

Tijdens de parlementaire behandeling is gesteld dat indien met toepassing van art. 30p Rv mondeling uitspraak is gedaan, het uitgesloten is, gelet op art. 30q lid 1 Rv, dat de rechter op een later tijdstip alsnog schriftelijk uitspraak doet; zie alinea 2.22 en 2.23 hiervoor. Die gevolgtrekking lijkt mij juist. Indien op een bepaalde datum mondeling uitspraak is gedaan met toepassing van art. 30p Rv − met het rechtsgevolg dat de beslissing vanaf die datum ten uitvoer kan worden gelegd en de volgende dag de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel begint te lopen −, zou ongerijmd zijn dat op een latere datum opnieuw uitspraak wordt gedaan in dezelfde zaak, ditmaal schriftelijk. Er kan maar één uitspraakdatum zijn. In de onderhavige zaak is sprake van slechts één uitspraak, te weten de op 19 oktober 2017 mondeling door de rechter bekendgemaakte beslissing tot verlening van de verzochte machtiging. Deze beslissing is na afloop van de zitting schriftelijk vastgelegd in de vorm van een ‘gewone’ gemotiveerde beschikking, waarin als uitspraakdatum is vermeld: 19 oktober 2017. Daarop ziet deze uitlating in de parlementaire geschiedenis mijns inziens niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5772d41947db07cf52c5313027a8851a947f7ba0c9d69e128d0d27942b5293a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5772d41947db07cf52c5313027a8851a947f7ba0c9d69e128d0d27942b5293a1, en de alinea staat in dat document op bytes 76211 tot 77408.