Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:301.
“3.3.1 Ingevolge art. 279 lid 4 Rv wordt van het ter mondelinge behandeling verhandelde en van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen een proces-verbaal opgemaakt. Art. 290 lid 2 Rv bepaalt dat de griffier zo spoedig mogelijk een afschrift van processen-verbaal verstrekt aan de verzoeker en aan de in de procedure verschenen belanghebbenden. Deze voorschriften strekken onder meer ertoe dat de verzoeker of een belanghebbende de inhoud van een proces-verbaal kan betrekken bij zijn beslissing of en, zo ja, op welke gronden hij een rechtsmiddel zal instellen. Dit brengt mee dat het verstrekken van een afschrift van een proces-verbaal niet afhankelijk mag worden gesteld van het al dan niet zijn ingesteld van een rechtsmiddel. Aan een verzoek tot afgifte van een proces-verbaal door een advocaat die verklaart daaraan behoefte te hebben omdat wordt overwogen een rechtsmiddel tegen de beslissing in te stellen, dient dan ook onverwijld te worden voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5772d41947db07cf52c5313027a8851a947f7ba0c9d69e128d0d27942b5293a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5772d41947db07cf52c5313027a8851a947f7ba0c9d69e128d0d27942b5293a1, en de alinea staat in dat document op bytes 88073 tot 89056.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5772d41947db07cf52c5313027a8851a947f7ba0c9d69e128d0d27942b5293a1 | shasum -a 256