Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:305.

“(…) Anders dan [eiser] wil doen voorkomen, valt uit art. 6 WAM niet zonder meer af te leiden wat rechtens heeft te gelden als de benadeelde de WAM-verzekeraar partieel bedriegt. (…) Volgens deze bepaling (art. 7:941 lid 5 BW, A-G) leidt opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de verzekeringnemer of de (krachtens de verzekering) tot uitkering gerechtigde tot algeheel verval van het recht op uitkering (…) Weliswaar kan men zich de vraag stellen of in geval van een aan de (WAM-)benadeelde toe te rekenen partieel bedrog hetzelfde heeft te gelden. Dat in zodanig geval het partieel bedrog het recht op vergoeding van dat deel van de schade dat niet door de opzet van de (WAM-)benadeelde is ontstaan hoe dan ook onverlet laat, is naar mijn mening echter niet zó evident, dat de door het hof aan het tussenvonnis gegeven uitleg (volgens welke de rechtbank een algeheel verval van het recht op uitkering heeft aangenomen), al om die reden onbegrijpelijk zou zijn.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4017287a307842e8ff86f733f4b6a96956d26be91c4c854632583b9bc6bfbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4017287a307842e8ff86f733f4b6a96956d26be91c4c854632583b9bc6bfbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 97600 tot 98595.