Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 5.27 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:305.

In randnummer 19. van hun procesinleiding hebben Allianz c.s. een rechtsklacht geformuleerd inhoudende dat sprake is van miskenning van art. 161 Rv. Deze klacht treft evenmin doel. Art. 161 Rv bepaalt dat een in kracht van gewijsde gegaan, op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat iemand een bepaald feit heeft begaan, dwingend bewijs oplevert van dat feit. Het hof heeft die regel niet miskend. Het hof heeft immers de verklaringen, waarvan de valsheid door de strafrechter is vastgesteld, buiten beschouwing gelaten. Art. 161 Rv verplichtte het hof niet aan deze valse verklaringen verderstrekkende gevolgen te verbinden. Het hof heeft in de strafzaak tegen [verweerster] namelijk overwogen dat niet als boven redelijke twijfel verheven valt uit te sluiten dat [verweerster] bij de aanrijding als passagier in de auto van [betrokkene 1] heeft gezeten (hiervoor randnummer 2.30). In de strafzaak is dus niet komen vast te staan of [verweerster] zich ten tijde van de aanrijding (al dan niet) in de auto van [betrokkene 1] bevond. Dit betekent dat het hof op dit punt niet ingevolge art. 161 Rv gebonden is aan een oordeel van de strafrechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4017287a307842e8ff86f733f4b6a96956d26be91c4c854632583b9bc6bfbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4017287a307842e8ff86f733f4b6a96956d26be91c4c854632583b9bc6bfbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 159082 tot 160291.