Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:309.
Hoewel de aard van de procedure tot faillietverklaring, waarin met spoed wordt beslist, meebrengt dat gegevens ook in een laat stadium kunnen worden ingebracht , geldt het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor ook in de procedure tot faillietverklaring. In het bijzonder moeten partijen kennis kunnen nemen van alle stukken die de rechter aan zijn beslissing ten grondslag wil leggen en moeten zij voldoende gelegenheid krijgen om daarop te reageren . Dat geldt ook voor stukken die niet door een van partijen zijn ingediend, maar op andere wijze ter kennis van de rechter zijn gebracht . De rechter moet het beginsel van hoor en wederhoor ambtshalve toepassen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d48d0a571bf14dcab7e01677b1a266bd03103979636bc83a88fac50693d3265a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d48d0a571bf14dcab7e01677b1a266bd03103979636bc83a88fac50693d3265a, en de alinea staat in dat document op bytes 16684 tot 17617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d48d0a571bf14dcab7e01677b1a266bd03103979636bc83a88fac50693d3265a | shasum -a 256