Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:309.

“3.2.3 Bij de beantwoording van de vraag of het hof, aldus handelende, het recht op hoor en wederhoor heeft geschonden, dient het volgende tot uitgangspunt. Het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op hoor en wederhoor, zoals ook neergelegd in art. 19 Rv, omvat het recht van partijen om kennis te nemen van, en zich te kunnen uitlaten over, alle gegevens en bescheiden die in het geding zijn gebracht en zijn bedoeld om in de oordeelsvorming van de rechter te worden betrokken . Volgens vaste rechtspraak van het EHRM is de grondslag van dit recht mede het vertrouwen dat rechtzoekenden dienen te kunnen stellen in het goed functioneren van de rechtspraak (vgl. onder meer EHRM 26 juli 2011, no. 58222/09 ( Juricic ), § 75, en EHRM 18 februari 1997, no. 18990/91, LJN AD2686, NJ 1997/590, § 29).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d48d0a571bf14dcab7e01677b1a266bd03103979636bc83a88fac50693d3265a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d48d0a571bf14dcab7e01677b1a266bd03103979636bc83a88fac50693d3265a, en de alinea staat in dat document op bytes 24629 tot 25579.