Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2018
Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 10 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:318.
4.4.4. Bij de beoordeling van de vraag of een uitlating onnodig grievend is, dient, indien het gaat om een uitlating door een politicus in het kader van het publiek debat – het politieke debat daaronder begrepen – onder ogen te worden gezien enerzijds het belang dat de betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, maar anderzijds ook de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Daarbij gaat het niet uitsluitend om uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld of discriminatie maar ook om uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d441a91de918428a7c69b7c3aa7b7667b9136a00e79845e37fb6c086c70f8050. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d441a91de918428a7c69b7c3aa7b7667b9136a00e79845e37fb6c086c70f8050, en de alinea staat in dat document op bytes 37716 tot 38564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d441a91de918428a7c69b7c3aa7b7667b9136a00e79845e37fb6c086c70f8050 | shasum -a 256